Nederland

Banken en institutionele beleggers moeten prijsvorming rondom duurzaamheid stimuleren

Banken en beleggers sturen traditiegetrouw op de afweging tussen risico en rendement. Nu we echter de grenzen van de biocapaciteit van de aarde bereiken (of er volgens de World Business Council for Sustainable Development reeds overheen zijn) en hier toch binnenkort met negen miljard mensen veilig en in relatieve welvaart willen leven, is het optimaliseren van alleen financiële risico’s en rendementen niet langer voldoende. Het waarderen van niet-financiële risico’s en maatschappelijke rendementen is nodig om te bankieren voor een werkelijk duurzame economische ontwikkeling. Biedt de Bank van de Toekomst mogelijk de innovatie om dit maatschappelijk rendement uit te keren aan haar klanten?

Het bereiken van een transformatie naar een groenere economie via politieke coördinatie is op de recente klimaattop in Durban opnieuw een moeizaam traject gebleken. Welvaartscreatie binnen de grenzen van de capaciteit van de aarde vereist een directe economische prikkel, die het handelen nu verbindt aan de lange termijn doelstellingen van het behoud van de biocapaciteit voor toekomstige generaties. De financiële sector vormt de sleutel tot dit probleem: via de financiële markten dient duurzaamheid een prijs te krijgen.

Anders dan bij bedrijven worden financiële instellingen niet in eerste instantie geprikkeld door schaarste, maar door een continue afweging van risico versus rendement. In toenemende mate groeit het bewustzijn dat het integreren van environmental, social en governance (ESG) factoren in het risicobeheer en investeringsbeslissingen de risico-rendementsverhouding verbetert en leidt tot stabielere resultaten op de lange termijn.

Prijzen in de markt komen tot stand op basis van vraag en aanbod, informatie en voorkeuren. Integratie van niet-financiële risico’s en rendementen in financiële transacties zal dienovereenkomstig leiden tot prijsvorming rondom deze factoren: duurzame bedrijven zullen goedkoper kunnen financieren dan niet-duurzame bedrijven. De grootste blokkade op dit moment om tot dergelijke prijsvorming te komen is het ontbreken van eenduidige definities en standaarden.

De sterke groei echter in dienstverleners en data providers op het gebied van ESG zal naar verwachting leiden tot convergentie van normen en standaarden. Via globale overlegorganen zoals de United Nations Environment Programme – Finance Initiative (UNEP-FI), de Principles for Responsible Investment (UNPRI), het Global Reporting Initiative (GRI) en het Carbon Disclosure Project (CDP) kunnen banken en institutionele beleggers besluiten welke norm leidend wordt voor duurzaamheid. Banken en verzekeraars zijn bovendien in het beleid dat ze voeren niet volledig afhankelijk van breed gedragen standaarden en kunnen zelf besluiten risico’s op het gebied van ESG mee te nemen in de pricing van financiële producten en diensten.

Rating agencies hebben in de financiële markt een zeer belangrijke functie gekregen omdat marktpartijen zich in hoge mate baseren op de informatie die zij verschaffen. De introductie van een breed geaccepteerd duurzaamheidslabel kan overeenkomstig leiden tot het verhandelen van financiële activa op basis van een combinatie van rating en label, waarbij een groener label, afhankelijk van de voorkeur van beleggers, tot betere toegang van financiering leidt.

De keerzijde van prijsvorming rondom duurzaamheid is minstens zo cruciaal: prijsvorming leidt tot prijsvolatiliteit en dus tot marktrisico, gelijk valutakoersen en rentestanden. Via dit risico wordt duurzaamheid een factor waarmee in de aansturing van banken en verzekeraars rekening dient te worden gehouden en leidt het tot een zeker kapitaalbeslag. Duurzaamheid raakt op die manier de kern van het financiële systeem en wordt daarmee verankerd in het handelen van financiële instellingen.

De Bank van de Toekomst krijgt bij het waarderen van risico’s op deze manier gewoon de premie die hoort bij het risico dat zij loopt. Daarnaast echter dient de Bank van de Toekomst een groter belang en behaalt zij op haar portefeuille een zeker maatschappelijk rendement. En wellicht levert dat dan weer goed & groenpunten op voor klanten die verantwoorde producten en diensten afnemen. Zou het niet fantastisch zijn als die punten zouden dienen als de valuta van het maatschappelijk rendement? En je er gewoon een broodje voor zou kunnen kopen bij de bakker…

  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn

Plaats een Reactie




Uw email addres zal niet openbaar gemaakt worden.