Het kan altijd beter

in De Nieuwe Wereld, Vestigingsklimaat, 09.11.2012

Bijdrage uit FD Outlook Special Vestigingsklimaat, 9 november 2012

Hoe zorgen we ervoor dat Nederland ook over 20 jaar nog een vitale en innovatieve economie is? Door slimmer en hoger in te zetten op onze internationale rol. Vier inzichten.

 

Nederland heeft zo veel om trots op te zijn. Doe er dan ook niet te bescheiden over

De Nederlandse economie moet het niet hebben van de binnenlandse markt. Onze kracht zit in de openheid van onze economie en de stevige relaties met andere landen. Dat is iets om te koesteren en waar mogelijk te versterken. We moeten buitenlandse partners dan ook helder laten zien dat we veel te bieden hebben. Maar gek genoeg zijn we als het erop aankomt tamelijk bescheiden over onze pareltjes. Neem bijvoorbeeld onze kennis op het gebied van agritechnologie: Chinese zakenpartners hebben haarfijn door dat deze kennis voor de lange termijn grote kansen biedt, want een adequate voedselvoorziening wordt een van de grootste strategische uitdagingen. Het zit diep in onze volksaard besloten om daar vooral niet al te hoog over op te geven. Binnenlands mopperen we dat het een aard heeft en internationaal mompelen we binnensmonds dat we ook goede dingen te bieden hebben. Die bescheidenheid mogen we best wat laten varen. Overheid en bedrijfsleven kunnen hierin samen optrekken en internationaal een zelfverzekerd verhaal vertellen. Niet alleen met betrekking tot de agritechnologie, maar op tal van andere terreinen.

 

Op de ranglijstjes doen we het goed. Maar veel interessanter is waar het beter kan

Het zal weinigen zijn ontgaan: Nederland is met stip gestegen van 7 naar 5 op de Global Competitiveness Ranking van het World Economic Forum. Hoe relevant is zo’n ranglijst precies? Voor bijvoorbeeld Chinezen heel relevant, want die hechten waarde aan rankings en benchmarks. Tegelijkertijd leggen zij ook de focus op precies die deelaspecten die voor hen van belang zijn. We moeten dan ook oppassen voor scorebordjournalistiek en ons niet al te gelukkig prijzen met de topnotering. Het kan altijd beter, zeker als we kijken naar de onderliggende scores op deelcriteria. In de World Bank Survey ‘Ease of doing business’ is Nederland bijvoorbeeld pas op de 31e plaats terug te vinden. Om nog maar te zwijgen van ‘dealing with construction permits’: plaats 99. Kortom, de uitdaging is helder: we moeten voortdurend blijven werken aan verbetering.

 

Nederland als markt is vaak minder relevant. Maar als Europese Hub des te meer

Voor Azië en Latijns-Amerika is Nederland een postzegel in Europa. Dat mag dan een versleten cliché zijn, maar we gedragen ons er vaak niet naar. En dus kan het nog steeds zomaar gebeuren dat een buitenlandse investeerder in een week tijd twee handelsdelegaties ontvangt uit verschillende Nederlandse regio’s die hemelsbreed niet meer dan 50 kilometer uit elkaar liggen. Dat heeft twee potentiële uitkomsten: of de investeerder begrijpt er niets van, of hij begrijpt het haarfijn en speelt de regio’s tegen elkaar uit. In beide gevallen is het effect ongewenst. Met andere woorden: de Nederlandse postzegel is helemaal niet zo relevant voor het buitenland. De Europese markt is dat echter wel degelijk, en vanuit dat perspectief is Nederland opeens wel heel relevant. Zoals Singapore zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld als de hub voor het zakendoen in Azië, zo kan Nederland zich nog meer ontwikkelen als de hub voor Europa. We hebben een rijke historie als land dat over de grenzen heen reikt en fungeert als toegangspoort. We hebben een sterk internetknooppunt. We spreken onze talen goed en hebben een prima expatklimaat. En we hebben een goede fysieke infrastructuur en zakelijke dienstverlening. Daarop kunnen we voortbouwen. Het gevaar van de huidige crisis is dat we te veel naar binnen gaan kijken en daarmee juist onze belangrijke rol in Europa verkwanselen.

 

De jeugd heeft nog steeds de toekomst. Dus laten we ruim baan geven aan internationaal talent

Terwijl we ons nu (terecht) druk maken over hoe we uit de financiële crisis kunnen komen is er ook nog een andere zekerheid: een groeiend tekort aan nieuw talent, waaronder technisch geschoolde mensen. Zelfs als alle stimuleringsmaatregelen van de overheid gunstig uitpakken zullen we – mede als gevolg van de vergrijzing – straks met een nijpend tekort zitten en dat kan voor langere tijd een verlammende uitwerking hebben op de economie. Japan stagneert om deze reden niet voor niets al meer dan tien jaar. Om de vitaliteit van onze economie te behouden is het zaak om ook op dit gebied de blik naar buiten te richten. Als Nederland ruim baan geeft aan immigranten en/of buitenlandse studenten, kunnen we daarmee waarborgen dat bedrijven – groot en klein – niet worden beperkt in hun groeimogelijkheden. We moeten niet bang zijn dat er kennis weglekt als gevolg van die openheid. Een Chinese student die in Rotterdam studeert en na zijn studie weer terugkeert naar China is immers waarschijnlijk wel een ambassadeur voor Nederland geworden. Ook andere landen zien in dat een strategisch immigratiebeleid nuttig is voor een bloeiende economie voor de komende decennia. Canada en Australië hanteren bijvoorbeeld een aan de vraag in de markt gekoppeld transparant puntensysteem voor het toekennen van visa.

 

De FD Outlook Special Vestigingsbeleid is onderdeel van de Nieuwe Wereld, een initiatief van Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio dat mede mogelijk gemaakt wordt door KPMG. Lees meer over dit initiatief.


Leave a Reply

Your email address will not be published.