Nederland

Toekomst ziekenhuizen: een kwestie van kiezen

‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. Geert Mak beschreef in dat boek hoe kleine dorpskernen decennia geleden veranderden onder invloed van een nieuwe tijdgeest. Dat was ingrijpend, maar achteraf bezien ook volstrekt logisch. Iets dergelijks speelt nu voor veel ziekenhuizen. Zij krijgen in rap tempo een andere positie in de maatschappij en bestuurders dienen moedige keuzes te maken die inspelen op de nieuwe realiteit en bijdragen aan een betere zorg.

De hele zorgsector staat op een breukvlak in de tijd als gevolg van een cocktail aan ontwikkelingen, variërend van vergrijzing en kostenbeheersing tot aan technologische innovaties. Ook ziekenhuizen staan voor een transitie die in veel gevallen al in gang is gezet. Daarbij spelen drie factoren een rol. Ten eerste nemen zorgverzekeraars een stevige regierol door scherp in te kopen en de kwaliteitseisen van de beroepsverenigingen te volgen. Ten tweede is het uit het oogpunt van een houdbare kostenstructuur onvermijdelijk dat ziekenhuizen afdoende schaalgrootte hebben – of creëren – in de behandelingen die zij verzorgen. En ten derde drukt de vergrijzing een stempel op elk ziekenhuis. De aard van de marktvraag verandert daardoor omdat er steeds meer sprake is van meervoudige zorg.

De toekomst mag dan nog niet helemaal helder zijn, het is duidelijk dat er een nieuwe realiteit ontstaat voor ziekenhuizen. Ziekenhuizen moeten hun aanbod op die nieuwe realiteit afstemmen en daarbij is het soms onontkoombaar dat er behandelingen of complete afdelingen worden verplaatst naar een andere ziekenhuislocatie. Dat is uiteraard even wennen, zowel voor ziekenhuisbestuurders, medisch specialisten als lokale politici.

In het oude denken is een ziekenhuis een imposant gebouw dat een volledige range van behandelingen aanbiedt. In het nieuwe denken moet meer worden ingespeeld op de vraag vanuit burgers en moet deze vraag in samenhang met andere ketenpartijen of ziekenhuizen in de regio worden ingevuld. Als we denken aan de zorg moeten we dus niet langer denken in stenen, maar in geïntegreerde zorgsystemen.

Bestuurders staan steeds meer voor de taak om het portfoliomanagement proactief vorm te geven. Daardoor verandert het karakter van een ziekenhuis maar ontstaat wel meerwaarde voor de patiënt. Hoog-complexe zorg wordt dan bijvoorbeeld optimaal verzorgd in regionale topklinische interventiecentra. Laag-complexe zorg wordt juist weer in naadloze samenwerking met de eerstelijnshulp verzorgd. En electieve zorg wordt in focus factories (gespecialiseerde centra) aangeboden. De traditionele kolommen in de zorg mogen niet leidend zijn in de discussie, want de keten moet juist optimaal samenwerken om in te spelen op de uitdagingen van de toekomst.

Bestuurders ontkomen dan ook niet aan heldere keuzes ten aanzien van hun portfolio. Dat heeft gevolgen op tal van terreinen, van huisvesting en governance tot financiering en personele bezetting. In veel gevallen zullen ook lokale politici hun stem laten horen. Er zal druk ontstaan om keuzes af te zwakken en het vergt dan ook lef om duidelijke keuzes te maken. De status noch het verleden van het ziekenhuis mag daarbij een stempel drukken op deze keuze. De discussie moet gaan over de inhoud: een krachtig antwoord op de eisen – ten aanzien van kosten en kwaliteit – van de nieuwe realiteit. Wie daarin halfslachtige keuzes maakt legt geen stevig fundament onder de toekomst van de instelling. Niet kiezen is ook een keuze. Maar vrijwel zeker de verkeerde keuze.

  • StumbleUpon
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • LinkedIn

Plaats een Reactie




Uw email addres zal niet openbaar gemaakt worden.